DrechtstedenSchrijft

De Drechtsteden willen het leven in de regio meer inhoud geven door meer mensen in aanraking te laten komen met cultuur. Cultuur verrijkt de mens, versterkt de sociale samenhang en geeft mensen plezier in hun vrije tijd.
De regio stimuleert en financiert ieder jaar culturele activiteiten om zo de culturele identiteit van de Drechtsteden te versterken en het cultuurbereik te vergroten.

MIJN HOOP... GÜLER KORKULU

Een strijd tussen nieuw en oud, de enige oorlog in de menselijke geschiedenis die niet overwonnen is. De enige die niet veranderbaar is de verandering zelf.
“Ik zeg je:
Loop mee met de rivieren en kijk hoe zij hun afstanden leggen.
Reiziger, jij bent ook een rivier” zei een dichter.
Wij zijn een rivier, een druppel in een rivier... Een oude rivier, die generatie na generatie stroomt. Een rivier die ons bereikt en die ook anderen na ons zal bereiken. Wij zijn reizigers in de geschiedenis van de wereld. Iedere nieuwe dag schrijft nieuwe belevenissen in de geschiedenis... Wat we weten over het verleden is het geheugen van menselijke geschiedenis. In de loop van die lange geschiedenis zijn sommige dingen verloren gegaan en sommigen blijven leven. Alles verandert. Dat is de wet van de natuur. De wereld draait door, dag na dag... Natuur verandert, de wereld verandert en mens verandert.
Wij zijn enkel kort getuige van dit lange proces. Zolang ons leven dat toelaat nemen we deel aan dit proces en worden onderdeel hiervan.
Wij praten graag over het verleden. Als kind hoor je vaak dat volwassen hun zin beginnen met “toen of vroeger was…” als kind begrijpen wij niet wat onze ouderen bedoelden. Echter, naarmate wij ouder werden gingen wij zelf die woorden gebruiken. “Vroeger waren de liedjes mooier en de feestdagen anders,…… vroeger waren sociale verbanden hechter,….vroeger waren wij gelukkig…, vroeger waren vriendschap en relaties anders, verliefdheid en liefde anders,…vroeger….” en ga maar zo door…
Wij denken met intense gemis aan onze herinneringen. Eigenlijk is dit een gemis, een gemis voor iets wat niet meer zal terugkomen. Verleden is geweest en zal niet meer herleefd worden.
Allerbelangrijkste is, is dat het hier en nu geleefd wordt. Waar we nu in zitten en wat straks zal vergaan te leven. Het leven zal mooier zijn wanneer je dit leven in al zijn volledigheid leeft. Als we om ons heen zouden kijken zouden we zien dat het leven vol is.
Het is haast niet te volgen hoe ver de technologie zich heeft ontwikkeld. Iedere dag wordt iets nieuws ontwikkeld, iedere dag komt iets nieuws in ons leven, die ons leven en de communicatie vergemakkelijkt. Zoveel dingen die ik hier niet kan noemen. Deze dingen brengen heel veel in ons leven, ieder product heeft mooie kanten en natuurlijk zijn ze waardevol.

dorp.jpg

Heel vroeger kwam het voor dat mensen nooit buiten hun dorp kwamen, ze kenden andere mensen en dorpen niet. Hun wereld was begrensd. Wie had kunnen weten dat de wereld met een toets dichterbij kon komen. Of kon reizen met een ticket naar een wereld, een wereld waar je niet eens over kon dromen. Wie had dat kunnen weten.
Het mooie aan deze tijd is dat de communicatie zo snel kan gaan, dat de wereld kleiner wordt. Echter, het is niet mogelijk dat iedereen over de zelfde kansen en over de zelfde mogelijkheden beschikt. Het zou wel mooi zijn als iedereen kon beschikken over de mogelijkheden van dit nieuwe tijdperk.
Wie bereikt wel de informatie en de mogelijkheden van deze tijd?
We leven nu samen met mensen die uit verschillende gebieden en landen komen. Zonder dat we naar hun toegaan komen ze naar ons. Wij moeten allereerst weten dat de kansen en de mogelijkheden in de wereld niet gelijkmatig is verdeeld. Wij moeten weten waarom mensen hun vaderland moeten verlaten. Wij moeten hun accepteren. Het is in onze handen om in deze culturele rijkdom samen in vrede te leven.
Wij moeten niet vereenzamen. De eenzaamheid is het angstwekkende probleem van de nieuwe tijd. Hoe is het mogelijk dat een mens vereenzaamt, terwijl de communicatie middelen en mogelijkheden zich voortdurend ontwikkelen? Maar, als we niet willen horen, niet willen zien en niet willen weten, zal de wereld zich voor ons sluiten. Hoe druk en vol het ook om ons heen is, we kunnen eenzaam worden in die drukte. Wat belangrijk is dat men anderen ziet en hoort. Door verschillende culturen te accepteren, te leren en te beleren en door kennis te omarmen.
De wereld zal verlicht worden wanneer kennis gedeeld wordt. Dan zullen de mensen vrolijke liedjes zingen en in vriendschap en harmonie leven. Dat is mijn hoop.

IN DE DUISTERNIS - HULYA CIHANBEYLI-CELIK (34 JR)

Er heerste een melancholische sfeer in de nacht van de slapende geesten,die door de zingende wind één voor één wakker werden geschud. Het werd door de ontwakende geesten een bijzondere nacht voor de onwetenden. Een nacht dat in de aller diepste van het donker zijn erkenning moest afspiegelen. Op die avond kwamen de verloren geesten weer tevoorschijn, die geconcentreerd naar het gebied, dat als kaal en droge plek bekend stond, in stilletjes rond zweefden.
Het was een gebied dat alleen nog werd bewoond door een enkele groep militairen die de omstreken aan het bewaken waren. In dat gebied heerste een woestijnklimaat, waarbij de warmte overdag opliep tot 40 ºC , terwijl ’s nachts de temperaturen onder het vriespunt daalde. De kou in die nacht sneed als een zwaard door het lichaam. Het was veel kouder dan de nachten voorheen, er heerste een lichte storm zonder vooruitzicht wat het met zich teweeg zou brengen. Door het vrije spel van de meedogenloze wind, liet al het zand zijn losse korreltjes als een dansende duivel over het heel gebied fel waaien.
Aan de rand van dat afgelegen gebied stonden twee jonge militairen op de laatste minuten van hun dienst te wachten; totdat er een aflossing van de wachtdienst overgenomen werd door twee andere militairen, die tot vroeg in de ochtend moesten surveilleren. Met de komst van die twee militairen werd het geluid van de jammerende wolven in de verte veel luider, dat sluipend voor het gevaar tekende. Het gevaar stond verplichtend om de hoek te loeren, afwachtend naar een geschikt moment om te overvallen. De gemene wind hield niet op met het waaien, die op een verraderlijke manier de zielen van de militairen lokten tot de val.

militair.jpg

De losse zandkorrels , die als een stukje van de val in de gezichten van de vier militairen vlogen, betekende dat de teerling voor het gevaar al was geworpen; terwijl de militairen op dat moment heel luchtig en komisch de overdracht aan het bespreken waren. Alle vieren stonden verbitterd met hun vingers in hun ogen te wrijven, om de korrels te kunnen verwijderen. Na een aantal seconden kreeg één van de militairen zijn ogen helemaal schoon, terwijl de anderen nog bezig waren met het verwijderen van die lastige steentjes die niet groter waren dan 2 millimeter. De mannen stonden, niets vermoedelijk wat er aanstonds ging gebeuren te lachen van de flauwe gesprekken die ze voerden. De roker stak met zijn trillende handen van de kou zijn half opgestookte sigaret aan, om zijn nicotine gehalte met een smakelijk laagje teer diep te inhaleren. De rook van de tabak was nog niet verschaald, en er knalde een uitbundige, luidruchtige explosie aan hun voeteinden.
Was dit de valkuil van de boze geesten die ontwaakt waren?, of was het een bezoek van een niet uitgenodigde levend wezen die met een kwade verrassing zijn gastheren begroette.Niemand kon meer de vier jonge militairen trachtten te redden uit de bloeddorstige handen van de vermaledijde vijand. De militairen, die net bekwamen van de eerste explosie, zagen dat de tweede in aantocht was. Na de tweede explosie overleed ter plekke drie van de vier militairen, waarbij de armen en de benen van de lichamen ontdaan werden. Het was een lustig bloedbad geworden voor die boze geesten, die zich vol genoegen kon wassen, met de tranen van de nabestaanden. Een gestrekte arm dat uit één van de lichamen was ontdaan lag op een stuk grond, die tot kort door twee zware explosies waren verwoest. De arm was van nog in leven gebleven militair, die met schokkende, intense en treurige blikken, onder shocktoestand, in de vlammen van zijn pijn, vooruitzicht keek.
De vijand genoot verrukkelijk van die beelden, het was een succesvolle zege voor hen. De militairen lagen één voor één onvolledig en onherkenbaar op de koude grond, en de vijand stond in een heksenkring om hen heen. De nog in levende gebleven militair, die zijn ziel nog in het lichaam droeg, lag intussen verblind, half doof en snakkend naar adem, met zijn half verlamd gezicht op de grond van pijn te kreunen. Op een beestachtige manier hield één van hen het volgeladen geweer op het slaapbeen van de militair, dat nog steeds met zijn leven aan het knokken was. De angst voor de dood was gepasseerd, de ziel moest het lichaam door onwil verlaten. De tijdsklok van het leven eindigde in tranen van bloed. Er waren nog paar tellen over, naar de weg van eeuwigheid. Voordat dat het gebeurde, werd met behulp van de golflengtes in de spirituele atmosfeer, de laatste boodschap naar de bestemming gebracht. Een hart dat voor de rest van haar leven verscheurd werd in twee helften, dat nooit meer een geheel zou vormen van een kloppend hart. Dat altijd als een aderlijke trombus zal leiden tot verminderde bloedafvoer en zwellingen.
Het was het hart,dat ontegenzeggelijk de genese was van een GROTE LIEFDE. Met de rillingen over haar huid, werd ze met uitpuilende ogen, schreeuwend wakker. Ze wreef met haar handen over haar gezicht, voelde haar snelle hartslag. Onbevattelijk keek ze verbaasd om zich heen, waar niets en niemand te bekennen was. De tijd op haar alarmklok die rechts van haar nachtkastje stond, gaf 1 uur in de nacht aan, verbaasd vroeg ze zich af wat dit alles te betekenen had. Ze kreeg het onbegrijpelijk benauwd. De jonge vrouw die nog zoveel dromen wilde verwezenlijken, moest afwachtend in die nacht met de kracht van de spirituele wereld afscheid nemen van haar aller, aller mooiste droom; te weten, gelukkig en oud worden met haar grote liefde. Met die spirituele boodschap werd het feit onthuld, er was geen gelukkig eind meer, zoals ze beiden hadden gehoopt.
Het fenomeen van de liefde, dat net zo diepgaand was als het menselijke bestaan, glipte uit de handen van beiden. Geen enkele mens, kon haar nog in het leven imponeren zoals hij dat gedaan had. Hij was haar grote liefde, diegene die aan haar een fundamentele waarde van het leven gaf met zijn eigen bestaan.

(Toelichting van de schijfster:

Beste lezer,

In 1998, hebben wij onze vriend verloren tijdens de aanslag in het oosten van Turkije. In die tijd was er om de haverklap een bericht van een militair die om het leven kwam. De strijd met extremisten en/of activisten in die buurt, en in die tijd was zo heftig; dat heel veel jonge vrouwen hun mooiste dromen gelijkertijd met hun geliefden moesten begraven.

Het verhaal die ik wil verzenden in het kader van Drechtsteden schrijft, gaat over de laatste minuten van een militair, die tussen zijn plicht en persoonlijke verlangens, zijn leven heeft beëindigd.

Want tegen de vijand vechten, was vechten voor je veiligheid, vechten voor de onafhankelijkheid, die gegeseld was door een groep extremisten of activisten uit die buurt. En bij ieder gevecht stond de eer voorop, het voornamelijk motto was: vechten voor het leven en niet vluchten voor de dood. In zulke oorlogsgebieden staat de vrijheid van de ziel in het geweer; er mag geen sprake zijn van angst voor de dood. Men verwacht dat een militair recht in de ogen van zijn vijand aankijkt zonder een terugblik te werpen naar zijn dierbaren in de verte. Zo moedig en dapper moest iedere man zijn, die in zijn militaire uniform geheel gekleed was in de rol als vertegenwoordiger van het volk en land. Verdedigen en beschermen van de staat; beschermen tegen de massa schade, en verdedigen dat de bevolking volledig ingepalmd worden door de nationale epidemie van het plaatselijke extremisten en activisten Hoe voorbereid die mensen ook waren, de dood komt altijd onverwachts....)

TOT DE DOOD ONS SCHEIDT – BERT VAN DER MEIJDEN (57 JR)

Terug in Nederland viel het me op, dat de bushokjes langs de wegen werden opgesierd door reclames waarin wordt aangegeven, hoe echtparen gemakkelijker uit elkaar kunnen gaan. Ik reed door een dorp waar deze reclames afgeplakt waren door een godsdienstige groepering. “Wat de Heer verbindt, zal de mens niet scheiden”, luidde de boodschap. Ik wist wel beter. In de bijna veertig jaar, dat ik voor de klas heb gestaan, was het aantal echtscheidingen schrikbarend gestegen. Er waren klassen geweest waar minstens de helft van mijn leerlingen thuis te maken kreeg met een éénpersoons directie. Soms een zegen, meestal een drama.

Ik moest overstappen. Wachtend op de bus schoten me herinneringen aan mijn overleden grootouders te binnen. Hun huis in de Oranjestraat. Opa met z’n eeuwige sigaar, waar ik het sigarenbandje van kreeg voor mijn verzameling, oma met poes Gijssie op schoot.
“Vader, de persberichten”, hoorde ik haar weer zeggen. Ze speelden eindeloos spelletjes scrabble in de achterkamer. De kans op een woord met drie keer woordwaarde was voor even van minder belang. Ieder heel uur onderbrak de radionieuwslezer de cadans van hun voortkabbelend bestaan. Daarin gebeurde zo weinig, dat het schillen van de aardappels iedere dag een belevenis was, waarover nog lang werd nagepraat.
Wanneer de kleinkinderen op bezoek kwamen, brak er lichte paniek uit. “Vader, pak jij even de Flippies uit de kelder, dan hebben ze wat te lezen.” Oma deed een schone schort voor en maakte warme chocolademelk voor ons, opa deed de letters in het zakje en de letterplankjes in de doos. Als iedereen weer zat, begon opa steevast een verhaal over vroeger tegen mij te vertellen. Het waren altijd dezelfde doodsaaie heldendaden aan de draaibank bij aannemersbedrijf Visser & Smit. Hij werd bij voortduring maar vergeefs onderbroken door mijn kribbige oma: “Maar man, wat kan het die jongen nou schelen!” en “Dat heb je nu al honderd keer verteld! “ En zo was het ook.

flipje.jpg

Na het verhaal mocht ik naar het tuinhuisje achter de perenboom en las daar de laatste avonturen van Flipje, het fruitbaasje uit Tiel. Als ik uitgelezen weer terugkwam speelde opa in de achterkamer – de deftige huiskamer werd zelden gebruikt – psalmen op het orgel. Hij was lid van de AR-kiesvereniging en de vakbond CNV. Van vergaderingen wist hij vaak woordelijk te herinneren wat door wie werd gezegd. Hij gaf me nooit het idee zelf enige bijdrage tot de discussie te hebben geleverd. Opa was een zeurpiet. Oma had een aantal werkadresjes waar ze huizen ging schoonmaken of behangen, want daar was ze heel goed in. Tot aan haar tachtigste heeft ze dat volgehouden. Oma was een flinke vrouw.

Wat in mijn kindertijd al sluimerend aanwezig was, woekerde voort tot een uitslaande veenbrand. Na een verhuizing werden de bezoeken aan opa en oma steeds schaarser, dus hadden we het in het begin niet zo in de gaten hoe de verstandsverhouding langzaam maar zeker escaleerde. Opa had steeds minder weerwoord tegen zijn alsmaar grimmiger echtgenote. Hij kreeg allerlei kwalen en kuurtjes. De huisarts meldde, dat negentig procent hiervan was te herleiden tot relatieproblemen. Voor een broodnodige, zeer te rechtvaardigen echtscheiding stond bijna tachtig jaar catechisatie in de weg. Opa ’s overlijden kwam bijna als een bevrijding voor oma. Zij ging kort daarna zelf sukkelen met haar gezondheid. “ Het gaat wel, maar, ja, dat been, hè…..” Ze verhuisde naar een verzorgingshuis, waar ze als snel de reputatie kreeg een ‘lastig mens’ te zijn.
Haar achterkleinkinderen werden eens verwelkomd met de woorden: “Wanneer gaan jullie weer weg?” Het was de laatste keer dat zij ze zag.
De bus stopt vlak voor de halte. Hij is vrijwel leeg. Een vriendelijke chauffeuse stempelt de strippenkaart. Ik kijk nog even naar de reclame van het scheidingsbureau. De chauffeuse volgt mijn blik. “Het is toch schandalig, dat het mensen tegenwoordig zo eenvoudig wordt gemaakt om uit elkaar te gaan. Vroeger was echtscheiding een uitzondering, dan werd je gewoon nagewezen in het dorp, nu hoor je om je heen niet anders meer”, vond ze.
Nog maar vier haltes te gaan………

DE KALENDER - CASPER MARKESTEIJN (63 JR)
(eervolle vermelding)
Toen Margreet na haar scheiding weer in haar geboorteplaats kwam wonen, bekeek ze de stad met geheel andere ogen.
Het leek wel of ze bewuster keek, of alles meer en beter tot haar kijken doordrong. Elke stap die ze in Hollands oudste stad zette was een nieuwe. Elke blik die ze wierp op straten, huizen, kerken, bomen, water was een verse.
Het deed haar denken aan het kijken naar de reproducties die ze vroeger op de kweekschool had moeten verzamelen voor kunstgeschiedenis. Vanaf de afbeeldingen van de grottekeningen in Lascaux tot aan de toen moderne beeldhouwkunst van Wessel Couzijn moest een plaatsje vinden in een dikke map met plaatmateriaal.
Hoe je aan de reproducties kwam, was je eigen zorg. Het vruchtbaarst in dat opzicht waren de kalenders van middenstanders, banken en bedrijven die op die wijze aan hun toenmalige image en promotie werkten. De Hollandse zeventiende-eeuwse meesters deden het fantastisch tegen het eind van het jaar. Elk bezoek aan een klein beetje zaak in de maand december was bingo. Vooral slijterij Rutte was in de donkere dagen voor Kerst favoriet bij Margreet. Met name het kleine, donkere filiaal in de Bosboom Toussaintstraat had altijd grote stapels in voorraad.
‘Onze kalender al gehad, mevrouw?’
De aanspreektitel alleen al deed Margreet onuitsprekelijk genoegen. Ze voelde de volwassenheid op zo’n moment in haar schieten, ging rechterop staan, frommelde het boodschappenbriefje van haar moeder snel in haar jaszak, trachtte de welvingen onder haar dikke, zwarte montycoat zo geprononceerd mogelijk uit te laten komen en nam na haar ontkenning met kleine air de kunstkalender in ontvangst.
‘Dank u voor de klandizie en prettige feestdagen, mevrouw.’
De kalender ging van de ene hand in de andere.
Eén oogopslag was voldoende: januari had Jan Steen. Als ze geluk had, bevatten februari tot en met december andere meesters. Van de hele familie Steen was ze al rijkelijk voorzien. Van enkele schilderijen had ze meerdere exemplaren, de ene reproductie mooier dan de ander. Ze bewaarde ze om later te kunnen ruilen tegen wat dan ook. Margreet wist zeker dat sommige klasgenoten nog niet het kleinste afbeeldinkje van de Nachtwacht in hun bezit hadden. Haar verzameling glansdruk was straks op z’n minst een stukje herbarium waard, een lesvoorbereiding gymnastiek of een maaslap. Nee, blijven verzamelen kon absoluut geen kwaad. Fanatiek was ze erin, gedreven, tot in het uiterste. Geen reproductie was veilig voor haar. Bij de achterburen bleef ze net zo lang zeuren tot de impressionistenkalender al in oktober van de muur ging om, ontdaan van firmanaam en dagaanduiding, heel precies uitgeknipt, als onderdeel van de kunstmap verder door het leven te gaan.

Versteeg in de Hofstraat verkocht reproducties los. In mappen opgeslagen, lagen er tientallen in vloeipapier te koop. Bijna schandalig, vond Margreet. Het zou eigenlijk niet mogen. Ze zouden niet te koop mogen zijn. Het was te gemakkelijk. Als je geld had, kon je op een donkere achternamiddag in de kleine, volgestouwde boekwinkel de gehele kunstgeschiedenis in één klap verwerven. Nou ja, bijna dan. En geld had Margreet nauwelijks. Dus graaide ze, verzamelde, smeekte, bad, vroeg, ritselde, ruilde. Een vroeg-middeleeuws houtsnijwerk voor een Kokoschka, een Rembrandt voor een Van Gogh, een Van Gogh voor een Titiaan.

gogh.jpg

En, ze stal. Ze kon het absoluut niet laten. Ze stal van onoplettende en slordige klasgenoten (die verdienden niet beter), in boekwinkels - meest kleine kunstboekjes over Utrillo, Munch of Modigliani - , een doodenkele keer bij Koos Versteeg, als ze iets echt erg graag wilde hebben. En in musea. Daar ging het het beste. Daar hadden ze ook de mooiste. Prentbriefkaartformaat. Professioneel gereproduceerd. Essentiële gegevens achterop.
Haar tactiek was simpel, maar doeltreffend. Ze zocht er twee of drie uit, rekende die af, ging dan vervolgens met de kaarten in het zakje terug naar het rek om nogmaals met schuin gehouden hoofd te getuigen van haar artisticiteit en haalde een stuk of wat kaarten uit de vakjes. Die gingen in of achter het zakje en zo verliet Margreet de tempel der kunsten.
Ze genoot met volle teugen van haar bezit. Elke avond deed ze het. ‘Margreet deed het met kunstenaars’, varieerde ze later wat cynisch. Of ‘Margreetje deed het met namaak’, ‘Margreet deed het kunstmatig’. Alle varianten had ze gehad.
Toen deed ze het in ieder geval elke avond. Begerig bekeek ze haar kunstwerken. Minutenlang kon ze in vervoering naar details van de Zwaan van Asselijn kijken. Ze bevoelde met haar vingertoppen de prenten alsof ze de penseelstreken op het linnen betastte. Driftig en gehaast bladerde ze bij tijd en wijle in de map om juist dát schilderij te zien waar ze op dat moment behoefte aan had. Ze werd er soms zeer opgewonden van. Koortsig en warm. Na haar eigen bevrediging was ze enerzijds loom en tevreden, anderzijds onrustig en nukkig.
Haar visuele lust bleef er altijd. Toen haar huwelijk met Henk echt hopeloos werd, putte ze haar enige troost uit Het Grote Kijken. Kijken naar het patroon op het rolgordijn, kijken naar kleuren in olieplekken op het asfalt, kijken naar de houtnerf in de pollepel. De erfenis van de kunstmap.

De Voorstraat herkende ze slechts nog door de breedte en de lengte. Wandelstraat waar ze vroeger fietste. Onherkenbare gevels. Nieuwe namen. Veel wit. Helder licht en dwars over de straat, net als in elke winkelstraat in Nederland, bogen met gekleurde lampjes. Takken kerstgroen en dennenbomen. Oh, dennenboom. De herdertjes lagen bij nacht in ’t veld. Middeleeuwse taferelen op houten panelen, aandoenlijk door stunteligheid. De kerstkribbe in de kerken. Ongelovig opgevoed genoot ze er extra van leek het wel.
Ze was bij de Waalse kerk gekomen. Mijn god, wat zag die eruit! Vol ongeloof stond ze daar even in stille verbijstering. Iemand botste onzacht tegen haar op. Een grote stap behoedde haar voor een val op het natte plaveisel. De hak van haar linkerschoen bleef vastzitten in een rooster midden in het wegdek. Opkijkend naar de bepakte en bezakte mensen die het helverlichte gebouw in- en uitliepen, trok Margreet de schoen weer los. Daar heb ik nog eens met de kweekschool kerstviering gehad, bedacht ze. Veel bijzonders was de kerk nooit geweest, architectonische schoonheid was er vreemd aan en ook het interieur kon ze zich niet als indrukwekkend herinneren, maar dit was wanstaltig. Langzaam schuifelde ze naderbij. Witte plavuizen bedekten de oude kerkvloer. Schreeuwende aanbiedingen leidden haar gehypnotiseerd langs quasi-marktkramen in de kerk die tot warenhuis geworden was.
Margreet knipperde onregelmatig met haar ogen. Dit kijken deed pijn. De veelheid, de schittering, de onrust, de kleuren van het uitgestalde met daar tussendoor de schuifelende, snuffelende, rochelende, betastende menigte. Was dit de ware oecumene?
De stapel kalenders in een kraam aan de straatkant was tussen alle puin een oase van schoonheid. Het omringende viel weg. De kalenders torenden boven alles uit. Ze werden een baken in de zee van marktartikelen.
Margreet versnelde haar pas. Nog voor ze stilstond had ze de kalender in haar handen. Die had ze toen moeten hebben! Dat zoiets nu nog verkocht werd. Manet, Monet, Van Gogh, Turner. Twaalf prachtplaten voor in de map. Ze drukte de kalender tegen zich aan en zag zichzelf weerspiegeld in de ruit aan de straatkant. Schuin aan de overkant zaten mensen in een café. Nog steeds dezelfde naam, las ze op het grote raam, maar nu met een trendy inrichting. Alles veranderd.
Ze keek naar de januari reproductie op de kalender: Edouard Manet (1832 - 1883) ‘Bij Vader Lathuille’. Een man en een vrouw aan een tafeltje. Zij rechtop, handen op tafel. Hij kijkt haar aan. Verliefd, kan niet missen. Eén arm op tafel, hand aan een glas, andere arm achter haar op de stoel. De vingers zijn vlekken. Op de achtergrond kijkt een ober in de ogen van Manet.
Wat een geluk!
Met de kalender tegen haar borst gedrukt, loopt Margreet langzaam de kerk uit. Bij de uitgang botst ze tegen een jonge man. Hij zegt iets tegen haar. Niet begrijpend ziet ze hem in de ogen. Bruin, een klein groen spikkeltje in het linker. Licht weerkaatst in zijn pupillen.
Weer zegt de man iets tegen Margreet: ‘Mevrouw, mag ik uw aankoopbonnetje even zien, ik geloof dat u vergeten bent te betalen.’
(de overige verhalen vindt u onder het kopje Verhalen)
=======================================================

Schrijfwedstrijd

Reglement Schrijfwedstrijd
1.De wedstrijd staat open voor alle inwoners van de Drechtsteden-regio (Dordrecht, Papendrecht, Zwijndrecht, Alblasserdam, Papendrecht en Hendrik-Ido-Ambacht).
2.Er zijn drie leeftijdscategorieën: tot 14 jaar, 14-21 jaar en 22 jaar en ouder.
3.De inzending bestaat uit een tekst van maximaal 1000 woorden.
4.De inzending dient in het Nederlands gesteld te zijn en mag niet al eerder gepubliceerd of bekroond te zijn.
5.De inzending mag via de post ingestuurd worden maar ook via de mail.
6.Op een bijgesloten apart vel dienen de volgende gegevens te worden vermeld:
- titel van de inzending
- naam van de inzender
- geslacht
- leeftijd
- adres
- telefoonnummer
- e-mailadres
7.Iedere deelnemer mag maximaal 2 verhalen inzenden.
8.De inzending dient uiterlijk 31 mei 2009 in het bezit te zijn van Drechtsteden Schrijft. Adres: Postbus 11117, 3004 EC Rotterdam of info@drechtstedenschrijft.nl
9.Het thema is ‘VROEGER WAS ALLES BETER / SLECHTER’ .
10. Inzendingen die niet aan de gestelde voorwaarden voldoen, komen niet voor beoordeling in aanmerking.
Algemene voorwaarden
1.De uitspraak van de jury is bindend.
2.Over het verloop of de uitslag van de wedstrijd kan niet worden gecorrespondeerd.
3.De inzendingen worden niet geretourneerd.
4.Deelnemers aan de wedstrijd behouden te allen tijde de auteursrechten op hun inzending.
5.Inzenders verklaren op de hoogte te zijn van het reglement behorend bij de schrijfwedstrijd.
6.Inzenders verklaren dat Drechtsteden Schrijft het recht heeft hun tekst zonder vergoeding maar wel uitsluitend ten behoeve van de wedstrijd te publiceren, op hun website te plaatsen of op andere manieren naar buiten te brengen.


Contactgegevens

Drechtsteden Schrijft

PJ PARTNERS, bureau Kunst & Cultuur
Postbus 11117
3004 EC Rotterdam
Thurledeweg 95
3004 EC Rotterdam

T 010 436 17 66
F 010 436 63 57
E info@drechtstedenschrijft.nl