SCHRIJVERS OP DE PONT

(journaliste Hanneke van Houwelingen van AD Rivierenland)
HANNEKE VAN HOUWELINGEN
Ik heb nooit last van zeeziekte gehad, maar vandaag schommelt zelfs mijn maag een beetje mee. Toch wel een beetje spannend, dit action writing.
Het tafeltje waarop mijn laptop staat wiebelt...
Ik doe u gelijk maar een kleine biecht. Ik heb de eigenaardige gewoonte om op een vreemde plek te zoeken naar de nooduitgang. Waar kan ik eruit? Ik heb al twee nooduitgangen ontdekt en een smalle trap naar de kapitein. Desnoods ren ik naar buiten om in het koude water te duiken.
Ik kom hierop omdat ik vanmorgen nog even snel de tijden van de waterbus opzocht en op de website veiligheidstips las. Ik als onervaren waterbuspassagier moest opletten dat ik me stevig vast zou houden. Dit was vooral handig bij onverwachte schommelingen.. Dus hier zit ik dan, ingeklemd tussen het tafeltje en de stoel. Ik zit stevig vast, kan ik u vertellen!

U bent overigens in de gelukkige omstandigheid dat ik ook diverse brevetten heb in reddingszwemmen. (Ooit heb ik de ambitie gehad om een baywatch ster te worden. Compleet met oranje boei, wapperende haren, en rood badpak.) Maar dat terzijde.
Wat een heerlijke dag. Waarom zit u eigenlijk binnen?
Als ik mijn laptop kon verplaatsen, wat helaas niet kan omdat we al blij zijn dat we beeld hebben, zou ik naar de punt klimmen en met mijn benen over het randje bungelen. Dit is namelijk de eerste keer dat ik meevaar met de waterbus..
Ik had stiekem gehoopt op de stem van de kapitein door de intercom met een hartelijk welkom. Of in ieder geval luid getoeter bij vertrek Maar hij houdt zich stil...
Het is al redelijk druk op de boot. Er gaan veel mensen naar de Biesbosch toe vandaag. Ik krijg niet de indruk dat ik al veel fans heb. De meeste mensen kijken naar buiten of zijn met elkaar in gesprek.

Als ik om me heen kijk, blijft mijn oog hangen op de ´matroos´. Hij is de enige van de bemanning die een marineblauw bloesje draagt en een geruite zeemanspet. Volgens mij is hij in zijn element. Hij maakt een praatje met de passagiers, maar kijkt uiteraard regelmatig om zich heen.....gespitst op verstekelingen.
Ik heb zojuist buiten de eerste vissers ontdekt. Stilletjes staarden ze naar hun dobber, zoals een echte visser betaamd. Ik heb dat nooit begrepen. Dat gefriemel met die maden, maar vooral het moment dat de vis aan de haak bungelt. Het zou mijn nachtmerrie zijn om de vis te onthaken. Onlangs - tijdens een interview met een meneer van een hengelsportvereniging - heb ik me laten uitleggen dat je dat heel voorzichtig moet aanpakken. Hij gebruikt witte suede Boudewijn Buch handschoentjes om de schubben niet te beschadigen en friemelt dan heel voorzichtig het haakje uit de vis. ´´Niet trekken, want dan gaat zijn slokdarm mee,´´ tipte hij me nog. ´´Maar wat gebeurt er dan met de vis,´´ piepte ik nog. ,,Die bak ik in een pannetje of gooi ik terug in mijn vijver,´´ vertelde hij. De visser bleek een vijver van 20 bij 40 meter te hebben, waar ruim duizend visjes rondzwemmen. Een gevaarlijke plek om te leven, lijkt mij zo.
Inmiddels zijn we alweer aangemeerd in Dordt. Hier eindigt mijn schrijversdebuut op internet. Om eerlijk te zijn ging het niet zo soepel. Het systeem werkte nog niet zo goed en er sprong spontaan een lettertje van mijn toetsenbord. De volgende schrijver adviseer ik om heel hard op het blauwe knopje te drukken, daar zit namelijk de punt onder verstopt. Succes Peter!

(dichter Peter M van der Linden)
PETER M VAN DER LINDEN
Welkom op uw boot.
Ik ben uw dichter vandaag.
Peter M. van der Linden.
Terwijl de pont zich vult, glijden nietsvermoedende roeiers voorbij, een senorita met Hollandse bloemen op haar Aziatisch vormgegeven rok nestelt zich aan mijn zijde,
De pont rolt en gilt de wateren op en langs en neer langs de molens van de op en kijk over de dijk langs de geraamtes van de scheepswerven die nu in speculantenhanden zijn.
Links de contouren van de nieuwe stad Papendrecht, dat zich als olievlek tot Sliedrecht, dat gestold tegen de ehm hoe heet die waard ook alweer.
De Alblasserwaard, de schitterende Alblasserwaard.

De ongelooflijk prachtige Alblasserwaard. Ik fietste als kind vaak met een emmer door de Alblasserwaard. Niet dat ik daar water ging brengen, de bedoeling was dat ik daar vis ging halen, wat overigens nooit lukte. Ik werd als kind al teveel afgeleid door de kikkers, eenden, weilanden en meerkoeten, die ik toen overigens niet als meerkoeten beschreef maar als ehm..
Geen idee eigenlijk hoe ik vroeger de meerkoeten noemde, tegenwoordig noem ik ze duikbootjes, zwemmende kniptang en de meerkoeten die ik ken noem ik bij naam, Helga, Herrman, dat soort namen. Enfin tijd voor een update denk ik, we meren zo dadelijk aan bij de Biesbosch.

Er zit een hongerige radioreporter naast mij , ik hoor het knorren van zijn microfoon. We gaan aanleggen in Sliedrecht, een nieuwe ervaring voor de reporter, zo hoor ik.
Vanuit Sliedrecht kun je zoals al gemeld naar de Alblasserwaard, de fabuleuze Alblasserwaard, waar ik als kind.
Vreemd, er zijn mensen die Sliedrecht uit willen, met badpakken en reuzenstrings stappen zij aan boord. Dag mevrouw, dag kinderen, dag dag het is een mooie dag.
De pontcassiere kijkt nog eenmaal verlangend in het rond en verheft haar stem.
Het is maar druk bezig-.
We gaan al weer op de weg terug, nu met de zon in ons mooie gezicht. De badpakmensen zullen dra uitstappen in de Biesbosch, terwijl er een ijsschotsmelding van achteren nadert. Het aantal uitstappers valt mee, er willen gek genoeg vrij veel mensen naar de stad vandaag. De markt op gok ik zo en terrasjes pakken. Hebben die mensen thuis geen markt..
Wellicht gaan ze een zwembad kopen bij Bart Smit.
Het is nu kwart over twaalf de zon zet zich als hete wolf op een pasgeboren kuiken, vergeef mijn beeldspraak ik word altijd lyrisch van dit soort voorjaarsweer.
Zo dadelijk spring ik van boord. Er vloog een aalscholver voorbij. Nee er komt geen trein over de brug terwijl wij onder de brug door met de pont moet ik plotseling denken aan mijn moeder.
Wat zal die het warm hebben vandaag. Mijn moeder, ach mijn ouwe moeder.

We passeren DuPon met de pont, Dupon het lelijkste stukje vlees. Als dat uit elkaar knalt zegge de dordtenare dan gaan we alle maal naar de klote, dan is de hele stad weg. Ik denk dan altijd ehm ja en dus..
We komen weer langs het schitterende Papendrecht, mijn dag kan niet nog meer stuk.
Onee het is nog Sliedrecht.
Gelukkig geen Zwijndrecht vandaag, daar voer ik al te lang en te vaak naar toe. Ik ga vanmiddag maar eens naar Kinderdijk gok ik zo, beetje Japanners kijken en musjes voeren. Het was me een waar genoegen om mijn gedicht dachten met u te delen.
Een geweldig leven en een schitterende dag toegewenst,

(schrijver/vertaler Wil Boesten)
WIL BOESTEN
DERDE SCHRIJVER MET SCHEEPSRECHT
Beter zou zijn te zeggen ´schrijver met scheepsbevel´. Een tocht met een doel.
Iedere reis op deze rivier voert naar een brug, al hebben we hem nu nog in de rug, voor ons doemt meteen de volgende op. Ik houd erg van bruggen, vooral er onder door varen is een groot genot, liefst op een zeilbootje, dobberend en stampend vaak op de boeg- en hekgolven van de boot waarop ik nu te gast ben.
Maar de onderkant van een brug, die zinloze maar onmisbare onderkant, een hoek waaronder de wereld boven op – waar auto´s hun best doen hun dreunende beat de wereld in te sturen, maar het niet verder brengen dan amechtig gesuizel – ze tellen niet meer mee – zinloos maar onmisbaar, een beetje als de literatuur.

Die brug figureert in mijn herinnering. Niet dat ik hier geboren ben, maar in mijn droom speelt hij nogal eens een rol. Bovenop die brug staat iemand die ´ik´ ben. Tegelijk ziet een ander ´ik´ mij staan, als een soort helikopter, nee een roofvogel eerder – die kunnen dat, biddend in de lucht. De ik op de brug kijkt uit over de rivier (vrees niet, het is mooi weer, er wordt vandaag niet gesprongen). In de verte nadert een man in een lange groene regenjas, achter zich aan trekt hij een boodschappenwagentje. Verwachtingsvol kijk ik hem aan en hij komt naast me aan de reling staan. ´Ik weet waarom je hier staat´, zegt hij dan, ´de brug voedt je herinnering.´ Zijn lach verwaait in de opstekende wind die zijn nozemkuif laat wapperen. Het tanige gelaat van de man die heeft geleefd.
Uit zijn tas diept hij een fles wijn, neemt een slok en biedt ook mij er een. Als ik bedank haalt hij uit zijn zak een knikker, een glazen, met zo´n kleurtje erin, en stopt hem in mijn hand. ´Ik ben dichter,´zegt hij. Hij pakt de fles en laat een paar druppels in de rivier vallen. Ik vraag waarom hij dat doet. ´Dat vertel ik je straks pas. Laat jij je knikker vallen – mijn knikker? Ik doe mijn hand open en laat het glazen bolletje langzaam van mijn palm rollen. Hoe lang duurt het eer hij beneden is en ik in de kalme rivier een klein beetje water zie opspatten. Vragend kijk ik hem even aan, maar hij wijst streng naar beneden, waar de kringen in het water snel verdwijnen.
´Zie je,´ zegt hij – ´je stond er bij en nu is het alweer over. Je knikker zakt naar de bodem en ligt daar eeuwig begraven in de blubber.´
Wat kan hij bedoelen?
´Kijk,´gaat hij verder.´
Die knikker, verandert niet, hij zinkt, zijn kringen zijn zo verdwenen, zelf verandert hij niet, maar wat vreselijker is: hij verandert niets. Mijn druppels wijn daarentegen lossen in het water op, gáán er in op, veranderen daardoor zelf, maar ook het water waarin ze zijn opgenomen, zal nooit meer hetzelfde zijn – dat, mijn jongen, dat is de poëzie.´
Hij draait zich om en loopt weg, de groene jaspanden wapperen hoog op. ´Uw tas,´ roep ik hem nog na, ´uw boodschappen´maar hij reageert niet meer. Als hij aan het eind van de brug is gekomen, draait hij zich nog een keer naar me om: hij roept iets, de wind verwaait de woorden tot een warrig kluwen, maar ik versta hem heel goed. ´Die boodschap was voor jou.´ Ik open de tas, op de bodem de fles wijn, verder is hij leeg. Onder de brug passeert op hoge snelheid de pont.

(Nico Dijkshoorn geconcentreerd aan het werk)
NICO DIJKSHOORN
Hier Nico Dijkshoorn, op water. Altijd onwennig, om de straat niet te voelen. Enkele maanden geleden was ik op Terschelling en wilde na een uur al terug naar Het Land. De wurgende herkenning op het eiland. Binnen drie minuten groet mijn gastheer 64 mensen. Nooit eens zonder ogen in de rug de duinen in om je schielijk af te trekken. Nooit schelpen zoeken op een strand zonder dat men zich na een uurtje of 9 zorgen begin te maken.
Dit geldt ook op een boot. Je bent waar je bent. Je moet het er mee doen.
AANKOMST IN DORDRECHT
Net aangekomen
In Dordrecht
Loer ik
Amsterdammer
Om mij heen
Boten enzo
Je ziet het niet iedere dag
Het eerste dat ik zie
Is
Een oude man
Met armpjes
Als bami
Die een roeiboot
Op de kade
Vol staat te storten met
Aarde
Altijd toch weer
Aarde
Ook in boten
Aarde in
Potjes
Aarde in
Bakjes
En
In Dordrecht
Dus
Aarde in
Bootjes
Hij geeft het
Bootje water
En kijkt
Zoals ik naar
Een schnitzel kijk
Naar zijn bloemen
Die staan er goed
Bij
Vandaag.
ALS U NAAR LINKS KIJKT
Welkom
Bij
Dit en dat
Varen enzo
Ik ben
U
Zonderlinge dichter
Van dienst
En zal u
Onderweg
Vertellen
Over het Dordrecht
Dat u nog niet
Kent
Als u nu
Naar links kijkt
Ziet u het huis
Van
Doeke Zout
De achterlijke zoon van
Willie Zout
Ooit
Legendarische
Handballer
En biljarter
In het zuiden des lands
Willie
Woont
Aan de wal
En niet op
Het water
Want hij is een
Beetje een kunstenaar
Willie
Maakt
Enorme reigers van
Staal
Die hij
Eenmaal
Voltooid
In brand steekt
Waarna hij er met zijn
Zoon
Naakt en schreeuwend om heen danst
Kijkt u even naar rechts

BAL OP WATER
Water
Kan ik
Niet anders beleven dan
Bal in water
Ohhh wat zie ik vandaag
Ook weer
Hartverwarmend
Veel
Korte broekjes
Jongens
Langs een sloot
En dan
Bal in water
Wachten
Op een fietser
Meneer
Kunt u even
Onze bal teruggooien
Niets mooier dan
Mannen
Op hun buik
Met een tak in
De hand
Slaand naar
Een bal.

DORDRECHT VOOR AMSTERDAMMERS
In Dordrecht
Wacht men op boten
Dat is wat ik
Tot nu toe
Heb gezien
Een man
In een
Onduidelijke
Broek
Vult een boot met aarde
Aarde
Dat herken ik
Dat komt goed
Uit
Altijd weer
Die rare
Angst
Van de man
Die straten is gewend
Voor het water
Het water dat
Hoe zeggen dichters dat
Geeft en neemt
Maar vooral
Bijzonder tegenwerkt
Als je probeert te
Tikken op
Een boot

GEDICHT VOOR CEES BUDDINGH
Als je
Als man uit
Amsterdam
Door het lezen
Van Cees Buddingh
Een keer naar
Dordrecht wilt gaan
Om er door
De straten te lopen
Dan ben je
Denk ik
Een groot dichter
Cees Buddingh dan
WACHTEN BIJ DE BRUG
Een
Uur geleden
Was ik
Nog
De wachtende
Man bij de brug
Die de boot
Waar ik nu op vaar
Vervloekte

JAN EN YOLANTHE
Eenmaal op het
Water
Begrijp
Ik de
Armoede
Van
Zoenen in een
Parkeergarage
In het geheim
Met je
Sleuteltjes in je hand
Snel
Leunend tegen beton
Een zoen
Drukken
Op de mond van
De vrouw
Die vooral mond is
Ik begrijp
Pas op het water
Dat zoenen
Hoort
Op een boot
Ja
Ik acht mijzelf zelfs in
Staat
Om theatraal
Aan de railing te gaan hangen
En terug te denken
Aan
Sjaan
Een oude liefde
Die altijd
Sprak
Over het water
Over garnalen
Over gebakken vis
En over het zware leven
Op het water
Niet echt
Een gedroomde
Vriendin
Maar wat
Zat ik er naast
Dordrecht is
Begrijp ik nu
Op het water
Juist weemoedig
Tussen mensen
Met fietsen
Denken aan toen
Onderweg
Naar alweer
Een dieptepunt
ALS U NU NAAR RECHTS KIJKT
Als u nu
Naar rechts kijkt
Ziet u
Een bomenrij
Die nog
Is aangelegd
Door
Maus Kaboel
Een man
Die zong
Over
Vogels
De reiger
In het bijzonder
Iets waar men
In Dordrecht
Niet van is gediend
Verbannen naar de wal
Zo gaat dat hier
Aan de randen van de stad
Heeft hij zijn
Eigen hemel
Geschapen
Een bos
Met boompjes
U kent het wel
En dan
Hij
Loerend
Op de buik naar
Ons
DICHTEN OP HET WATER
Nog maar enkele
Minuten
Onderweg
Stroomt mijn
Hoofd vol
Met honderden ludieke
Plekken
Om voor te lezen
En te schrijven
Vastgesjord op
Een garnalenkotter
Met een laptop
Tussen de tanden
In de kleedkamer bij
Feijenoord
Als ze voor
Het eerst
In zestien jaar
Weer eens een
Wedstrijd hebben
Gewonnen
Op een gletsjer
Glijdend
Als een jongen
Op een slee
In de keuken
Bij Gordon Ramsay
Bukkend voor
Eten
In een tunnel
Tussen de auto´s door springend
KIJKT U EVEN NAAR LINKS

BIJZETTAFELTJE
Dat is wat
Ik zie
Deze reis
Een bijzettafeltje
Waar je
Om met
Cees Buddingh
Te spreken
Een wortel
Op kunt leggen
Een hele mooie
Banaan
Een balletje
Gehakt
Of gewoon
Een dode
Meeuw
Het bijzettafeltje
Heet
Heel ontroerend
Alaska
Daar is over nagedacht
Ik met de rug naar
U toe
Kijken
Naar een tafeltje
Dat
Alaska heet
Want
We zijn
Wel
Aan het
Werk
Ja
!
VAN REES VASTGOED
Rechts
Lees ik
Van Rees Vastgoed
Ik ken van Rees nog wel
Hij lachte heel
Hard
Om dingen die
Niemand begreep
Zoals ik
Vastgoed
Niet begrijp
Wat is dat
Wat een
Een consultant
Wat is een
Crisismanager
Van Rees
Is
En dat weet ik zeker
Diep in zijn hart
Een liefhebber
Van
Buitendingen
IDEE OPGEDAAN IN DORDRECHT
Als je
Een tiefushekel
Hebt
Aan fietsen
Neem
De
Boot

GROTE SCHRIK
Eindelijk
Op de boot
Word de vrouw
Met het roze shirt
Binnenlopend
Geconfronteerd
Met een
Dichter
Hij draagt een
Jasje
Want hij is
Een dichter
Dichters
De vrouw
Fluistert
Tegen haar kind
Die meneer
Is niet
Eng
Hoor
Hij kan niet anders
Hij moet
Zich
Uiten
Anders wordt hij
Gek
Die meneer
Zegt allemaal rare dingen
Leuk he
Kijk maar
Nu doet hij
Opeens
Zijn rechterarm omhoog
Net alsof hij iemand
Kent
Maar dat is
Allemaal
Fantasie
Dus onthoudt
Goed
Als je te
Veel fantasie hebt
Kom je
Als je niet
Goed leert
Op een boot te zitten
Met je rug naar de mensen
Toe
En moet je
Dichten
Tot
Zonsondergang.
En eet nu
Maar
Je boterham op.

NADEEL VAN DICHTEN OP EEN BOOT
Je
Ziet
Geen
Reet
Van
De
Omgeving
NADEEL VAN DICHTEN OP EEN BOOT 2
Het voelt
Als schrijven
In een achtbaan
Met te veel
Frituur
Achter de kiezen
DORDRECHT VANAF HET WATER
Ik heb
Het nog
Niet gezien
Als ik
Iets weet
Hoort u meer.
DODE MEEUW OP WATER
Ja
Daar
Drijven
We dan
En
Nu
?

EEND OP WATER
Kijk
Daar
Een eend
Daar
Nee
Rechts
Daar
Kijk
Een eend
Een
Nou
Wat is
Dat
Voor een
Eend
Zeg maar
Dat is
Een
Een
……
Een
Eidereend
Goed zo.
Nu mag je weer
Iets leuks
Gaan doen.
GEDACHTEN OP EEN BOOT
Als
Ik
Met het veer
Naar Texel
Vaar
1 keer per jaar
Denk ik
Loner die ik ben
Maar dan wel
Een loner
Die trots is op
Iedere afgelegde kilometer
Denk ik
Als ik nu
In het water
Zou springen
Zou men mij dan
Redden
Zou ik heel
Smartelijk
Jammeren
Of zou ik als
Een dode tonijn
Van een kilo of 95
Langzaam
Wegzakken in het water
Een rare gedacht
Ik merk het nu
Ook
Zo banaal
Ik denk pas na
Als ik
Water om mij heen heb
Jaaaa
Alleen op het water
Zie ik opeens
Hoe vogels
Vliegen
Hoe kindjes
Wachten op de wal
Hoe ouders
Kijken naar
Hun
Kinderen
Die wachten op de wal
Het is als
Aan de rand van
Een graf
Ja je weet het
Opeens allemaal
Haarfijn
Je gaat
Nu
Morgen
Echt
Echt echt
Leven
Geen gedoe meer
Leven met de
Dag
Dat gaat jou niet gebeuren
Somber de grond
In
Wat zal je je druk maken
En de volgende dag
Sta je alweer
Met een
Kiwi in je hand
Die niet rijp is
En maak je je
Druk
Bij de kassa
Om een
Vrouw
Die zegels spaart
Ook dat
Gebeurt nu
Met mij op het water
Ik houd van iedereen
Op deze boot
Ik wil met u
Mee naar huis
Ik wil bij u koken
Ik wil kleine handwasjes
Voor u doen
En ik kan heel leuk
Tekenen
Een hoofd
Met een mond
Dat je zegt
Jajaja
Dat is een leuk
Hoofd
Met een mond
Ik kan ook
Als u dat wilt
Lieve reisgenoten
bij u
in het halletje slapen
en wachten
op de ochtendkrant
ik zal hem voorlezen
met een
heel raar stemmetje
u mag zeggen
met welk stemmetje
voelt u het ook
de band
voelt u de liefde
uit mijn rug stromen
dwars door
die ploegende boot
jaaaaa
het water
dat maakt iets in je los
je wilt
de mensen
omarmen
niet naar huis
nog een keer
een stukje varen
ik ga morgen
een heel mooi
boek schrijven
over dingen enzo
en
hoe het allemaal in
elkaar zit
en dan kom ik het
volgende week
voorlezen
bij u in de straat
met een schort voor
met daarop tieten
want het oog wil ook wat
tot volgende week
ik
houd van
u
tot aan
de kade
daarna moet u
het allemaal
maar zelf weer
uitzoeken
wel een dwingend
eet advies voor vanavond
iets waar
je
gedachtenloos
in kunt
kauwen
eten dat
je kop
open gooit
voor het
water

STRANDJE
Links
Zie ik
Een strandje
En meteen
Honderden beelden
Vroeg er naar toe
Om de handdoek al
Vast neer te
Leggen
Zodat we
Plek hebben
Aan de kinderen
Uitleggen
Waar je zit
Pappa zit
Naast
Die hele
Lelijke mevrouw
Zonder tanden
Vraag maar
Aan de mensen op het
Strand
Als je pappa kwijt bent
Mijn pappa
Zit naast
Een
Hele lelijke mevrouw
Dan vinden ze me altijd
Strand is
Met een briefje van vijf
Met je wang
Tegen een zwetende rug
Aan staan
Voor een patatje
Strand is
Hopen dat
De man van de strandstoelen
Je vergeet
Zodat je
4 euro
Uitspaart
Water en zand
Dat is
Des avonds
Aan de kust gaan staan
Aan het water
Met rivieren kan het ook
En denken
Wat
Ben
Ik toch
Eigenlijk
Nietig
En wat
Zuip ik toch veel
NIEUWBOUW (rechts)
Door
De rode
Bakstenen
Een gesprek
Aan te laten gaan
Met
De wal
En het water
Ontstaat
Er
Iets
Heel lelijks

BRANDBLUSSER
Wat heb je
Gezien
In Dordrecht
Nico
Een brandblusser
En een
Bijzettafeltje
Ja
Ik kan het
Iedereen
Aanraden

(journalist Emile van der Velde van Dordt.Nu/De Weekkrant)
EMILE VAN DER VELDE
Voor mij zat op deze plek Nico Dijkshoorn, tegenwoordig bekend van televisie en tal van tijdschriften. Dijkshoorn vertelde meteen hoe onwennig het was om op een boot te zitten, geen grond onder zijn voeten te voelen. Wie in Dordt geboren is weet wel beter.
Nog steeds vind ik het genot om aan of op het water te zijn, niet in, want ik heb een hekel aan zwemmen.
Wat is dat och met eilandbewoners? Altijd lijken ze wat beschroomd om van hun eiland af te gaan, relatief weinig Dordtenaren breken landelijk door in hun tak van sport. Is dat omdat ze liever op hun veilige eiland blijven, tussen de veilige rivieren. Veilig tussen Beneden Merwede, Dordtse Kil en Oude Maas.
Een paar jaar lang werkte ik in Papendrecht. Er was geen betere manier van wakker worden dan op de Waterbus, even vijf minuten varen van Dordt naar Papendrecht. Wakker worden op het water, met de opkomende zon, uiteraard altijd even achterom kijkend naar de Grote Kerk.
Tegenwoordig maak ik m´n krantje de helft van de week vanuit een kantoor in Rotterdam. Op het Noordereiland. Gelukkig, ook overdag omgeven door water. En ´s avond, in de trein terug, zoek ik altijd een plekje aan de linkerkant, aan het raam. Zodat ik bij terugkomst de Grote Kerk weer zie staan. En de schittering van de zon in het water. In mezelf zacht neuriënd: lalalalala, Tempel der Beschaving.
Dat laatste leerde ik van de supporters van FC Dordrecht, die, terugkerend van lange reizen naar onherbergzame oorden in Brabant, Oost-Groningen of drooggelegde polders boven Amsterdam blij zijn weer op het eiland terug te keren waar ooit de Hollandse beschaving ontstaan is.

Ook vannacht, rond half twee, zongen die supporters dat. Ze reden toen met negen bussen over de Moerdijkbrug. De teleurstelling van een verloren wedstrijd ergens rond de grens van Limburg en Duitsland was toen al vergeten en soms ook weggespoeld met lauw bier. Hun club had het toch maar geflikt: van een laatste plaats in december waren de Dordtse krijgers opgeklommen tot een plek in de play offs waarin veel rijkere clubs uit de eredivisie het vuur aan de schenen was gelegd.
Het was het einde van een seizoen. En meteen ook het einde van het tiende seizoen van Toon, de chauffeur van de supportersbus. Hoewel er, zoals dat gaat met geruchten, al geruime tijd een verhaal rondverteld werd dat Toon met pensioen ging, kondigde hij doodgemoedereerd aan in augustus voor het elfde jaar op rij zijn bus het hele land door te rijden. Een bus vol mensen van allerlei allooi wiens diepste wens het lijkt dat ze aan het eind van de dag weer opgelucht het Eiland van Dordt op rijden.
Huis ter Merwede
Zoals zo veel gebouwen uit mijn jeugd, is ook het Huis ter (of te?) Merwede kleiner dan vroeger. De ruïne staat zo meteen varend van Sliedrecht naar Dordt aan de linkerkant, naast de Papendrechtse brug, die in Papendrecht ook wel de Dordtse brug wordt genoemd. Het moet ergens in de jaren zestig geweest zijn dat mijn moeder er een hangertje verloor, op een strandje aan het water. Ik weet niet of Dordtse jongeren nu nog vaak op dat strandje komen, maar toen wel. In ieder geval mijn vader. Want die vond het hangertje later. Ik weet niet hoe, een kuil gravend, voetballend of gewoon liggend in de zon.
Op een of andere manier is het mijn moeder ter ore gekomen dat haar hangertje gevonden was. Door een jongen van haar leeftijd. En zo hebben mijn ouders elkaar ontmoet.
Na de affaire met het hangertje aan de voet van de ruïne van wat ooit Huis ter (of te?) Merwede was, zijn mijn ouders nog zo´n twintig jaar bij elkaar gebleven.

Pakweg 35 jaar later was ik op vakantie in Schotland. In een museum in Edinburgh zag ik het Huis ter Merwede (of is het te Merwede) opnieuw. Op een schilderij van een behoorlijke bekende schilder, van wie de naam me nu even ontschoten is (redactie: Aelbert Cuyp). Ik was op vakantie met een leuk meisje en riep uiteraard hardop door het museum ´Dordtenaren, ons Huis ter Merwede hangt hier!´ Ze kwam kijken, hoorde het verhaal over het hangertje voor het eerst. En vond het een mooi verhaal.
Waar mijn ouders nog jaren bij elkaar waren geweest, kreeg ik die vakantie stevige ruzie met het betreffende meisje, we zouden elkaar daarna anderhalf jaar niet meer zien. Wat ik er maar mee wil zeggen is: het origineel is altijd beter dan een plaatje ervan. Ook in het geval van het Huis ter Merwede. Of is het te Merwede?

Braakland
Links zien we een gigantische heuvel. Geen echte heuvel, het is de vuilstortplaats van de Drechtsteden. En de bewoners van Sliedrecht hebben er de hele dat uitzicht op. Vorig jaar werd op de vuilnisbelt een theatervoorstelling vertoond. Braakland van Lotte van den Berg. Zelden een betere locatie gezien voor een theaterstuk met zo´n naam. Wie er heen wilde moest eerst een flink stuk fietsen richting de Merwelanden. Daar werd er verzameld op het terrein waar een paar dagen later theaterfestival Bies werd gehouden. Het was de Dordtse première van het stuk en dus was het volledige contingent Dordtse cultuurbobo´s uitgerukt. We moesten eerst nog een half uurtje lopen voordat we op de top van de vuilnisbelt waren (heen was het nog licht, terug moesten we met kleine zaklantaarns onze weg vinden). Het was prachtig op de vuilnisbelt. Als je niet wist dat je op tonnen huisvuil zat, leek het wel natuur. In het stuk werd niet gesproken dus je hoorde alleen het geluid van vogels en een padvinderskoor in de verte. Er was wel een ding dat de organisatie vergeten was: gedurende de hele voorstelling hadden duizenden muggen de tijd van hun leven. Na het gebruikelijke ´wat een fascinerend stuk was dat´, waarmee bedoeld werd dat het onbegrijpelijk was (ikzelf vind onbegrijpelijke kunst het mooist), toog iedereen huiswaarts. Nog dagen later lag de cultuur-elite van Dordt wakker van de muggenbulten…

(schrijver, dichter, journalist, columnist Mohammed Benzakour)
MOHAMMED BENZAKOUR
Hallo allemaal, een eer en genoegen het hek te mogen sluiten van een evenement dat zijn gelijke, geloof ik, niet kent. Altijd al een beetje vreemde eenden in de bijt, die Dordtenaren. Enfin. Goed, allereerst een kleine bekentenis: ik houd niet van boten. Dat wil zeggen, boten op kleine stukken water. De boot die ik in mijn jonge jaren, niet zo lang geleden zoals u kunt zien, heb bevaren was nog es een boot; dat schip tussen Malaga en Melilla, de Spaanse enclave in Marokko; het land waar die lui vandaan komen waar onze Geert niet zo erg dol op is, dat wil zeggen, behalve als ze dat vreemde Allahding aanhangen. Dat schip dus. Wat zo onbeschrijflijk mooi en onvergetelijk was waren die keren dat er ineens zo´n groepje grote vissen het schip duikend en joelend flankeerden. Enorme grote, toch vriendelijk ogende glanzende zeedieren. Dat is geloof ik wat ik mis bij dit bootje. Nu ja, af en toe een eend. Of een aalscholver. Maar daar kan je thuis niet mee aankomen.

Nu goed, moet ineens denken aan een treurig artikel een paar dagen geleden in het NRC Handelsblad. Over de reuzentonijn, de blauwvintonijn. Het kwam erop neer dat omdat wij Europeanen, dankzij de Jappen, zo verschrikkelijk dol zijn op sushi de reuzentonijn over een paar jaar volstrekt uitgestorven is. Eet smakelijk. Wou meteen weten hoe dat ging, dat vissen op de reuzentonijn. Dus Youtube en dan intikken: tuna fishing Japan. Wie van horror houdt wordt op zijn wenken bediend.
Dacht altijd dat die Japancultuur een cultuur was van diepe filosofie, haiku, respect voor het al wat leeft en bloeit.
Goed, inmiddels aangemeerd in de Biesbosch. Dat heb ik overleefd. Misschien, bedenk ik ineens, zou de reuzentonijn beter af zijn in de Maas. Minder ruimte, dat wel, minder vriendjes ook, maar toch een fijne oude dag. Liever dan zo´n harpoen in je lever. Of een knuppel op je harses. Omdat wij sushi willen. Het zou veel volk trekken, zo'n reuzentonijn in de Maas.

Wedden dat Trix ook weer komt. Die kwam al voor die roestige beelden hier aan de overkant, in Zwijndrecht, dan komt ze zeker voor de reuzentonijn. De vraag is of dat wel goed is, Trix in Zwijndrecht. Gekken heb je overal, suzuki´s ook. Er is genoeg trauma in Zwijndrecht, alle wegen zijn kapot, een college met burgemeester aan het hoofd die niet weet dat een straat Turk beledigend is voor het Turkse volksdeel dat daar voor 100 % woont. Een directeur van de woningcorporatie die niet in de gaten had dat ie voor het oog van de natie bij Hart van Nederland glashard stond te liegen over de spookliften op het P.J. Oudplein. Enfin, misschien toch maar geen reuzentonijn in de maas.
Trouwens, waar zijn we nu? Ah, we nemen afscheid van Sliedrecht. Voor mijn gevoel een stad voor een fijne oude dag, je moet er niet te jong in opgroeien, lijkt mij, dat kan weleens schade aanbrengen op latere leeftijd, of ben ik nu onaardig? Tja, dat is wel een beetje wie ik ben. Streng maar rechtvaardig, beetje PVDA, klote partij, daar niet van.
Goed, ik heb me laten inrommelen in een project waar op z’n minst een geurtje van exhibitionisme aan kleeft. Ben niet gewend dat er achter mijn rug allerlei hele of halve (ongure) lui over m´n schouder mee zitten te koekeloeren op m´n toetsenbord, terwijl van een schrijver doorgaans geacht wordt in alle stilte en rust z´n meesterwerk te voltooien.
Maar ja, je moet wat om aan de kost te komen. Pure prostitutie. Waar ben ik nu?
Het scheelt dat het prachtig weer is vandaag en dat de zon ons een beetje het gevoel geeft dat we met zn allen dolgelukkig zijn. Het rare is dat in alle landen waar het iedere dag tropisch is mensen weer niet dolgelukkig zijn. Snapt u? Ik niet.
Krijg net door dat t nog een kwartiertje duurt voor de Merwekade. In dat kwartiertje ga ik u nog een uitsmijter geven van jewelste. Dat wil zeggen: ik ga de pen overdragen aan mijn lieftallige assistente naast mij gezeten, genaamd Dyanne.

Dus Dyanne, aan jou de eer de mensen nog iets mee te geven dat nog zin en nut heeft na al dat oeverloze luchtledige geoudehoer van mij.
Toen hij tenslotte bij de oude woestijnvijver aankwam lag deze volkomen roerloos.
`De woestijn waakt niet meer op dit tijdstip` Waar kwamen deze woorden ineens vandaan?
Hij zocht zijn geheugen af naar het moment waarop de herinnering was opgeslagen. `Ach, hij wist het weer. Aanlokkelijke woorden in sierlijke letters op de cover van een toeristenmagazine dat laatst vertrapt in de metro had gelegen
Hij staarde naar de slapende vijver in het gloeiende zand.
Het wateroppervlak was zo feilloos glad dat de twee parelwitte wolkjes hoog aan de hemel volmaakt weerkaatst werden in het verstilde blauw onder hem.
Lucht en water herhaalden een identiek landschap wat naadloos in elkaar overliep aan de zinderende oevers.
Hij ging op zijn buik aan de kant van de vijver liggen en trachtte zich op een verder weg gelegen punt te concentreren. zodat hij verder kon kijken, recht de hemel in.
Wel dit was dus Dyanne, althans een fragment van een onontdekt talent, mijn eeuwige sidekick zeg maar.
Ik krijg signalen dat we er bijna zijn en dus rest mij u ontzettend te danken voor het geduld en beleefdheid vooral die hebt opgebracht dit allemaal ongevraagd te moeten aanzien. Leest u vooral mijn boeken, die zijn echt veeeeeeel beter.
(http://www.benzakour.eu)

Met dank aan de medewerkers van de Waterbus, met name Frans Sloof zonder wie Schrijvers Op De Pont nooit had kunnen slagen.
Hanneke van Houwelingen, Peter M van der Linden, Wil Boesten, Nico Dijkshoorn, Emile van der Velde, Mohammed Benzakour. Fotos Oscar Tabares